📖🎧 Onze jongeren geven ons een wake-upcall: hé, waar jullie al jaren en jaren mee bezig zijn klopt niet meer voor ons

Lut Celie

Onze jongeren zenden signalen uit. We noemen hen verward, stellen diagnoses en schrijven pillen voor. Maar tonen zij symptomen van een ziekte? Of zijn het gezonde reacties op een samenleving op drift? Die jongeren leren ons extreem veel, stelt Lut Celie in haar boek Zie mij. Omdat zij voelen dat de bestaande paradigma's rammelen. Aan de hand van drie fragmenten uit het boek, die Lut in de podcast zelf voorleest, ging ik met haar in gesprek. 

Lut Celie is coördinator van De Bleekweide, een expertise- en opleidingscentrum voor rouw, trauma, breed verlies en persoonlijke groei in Gent. 

Ze richt zich samen met haar team op kinderen en jongeren, maar ook volwassenen kunnen in De Bleekweide terecht. Zijn we immers niet allemaal kind? 


🎧 Luisteren

Het interview dat ik met Lut Celie had, kan je ook beluisteren. Als je dat doet hoor je haar ook drie fragmenten uit haar boek Zie Mij voorlezen. Je kan Lut horen vertellen via Soundcloud (hieronder) of in je favoriete podcastapp zoals Spotify en Apple Podcasts.


In onze bodem broebelt en woekert iets

Onze kinderen trotseren en incasseren, krabbelen weer overeind of leggen zich murw neer. Ze zijn onze kanaries in de kolenmijn. Uit hun signalen kunnen we leren wat deze maatschappij in de toekomst nodig heeft: welke rust in de chaos? Welke bril tegen onze collectieve verblindheid? Welke verbinding na vele breuken? Welke veiligheid in noodsituaties? Welke bedding als de oude bodem dreigt te splijten? Het zou zonde zijn als de school de afspraak met deze jongeren en dus met onze toekomst mist. (Zie mij, p60-61)

In onze bodem broebelt en woekert iets, schrijft Lut Celie in haar boek Zie mij (2023) en dat gaat over ‘jongeren op zoek naar zichzelf, een veilige thuis en een gezonde samenleving’. Een boek dat ook het tienjarig bestaan van De Bleekweide viert. 

Achterin het boek stellen Lut en de andere therapeuten die in De Bleekweide werkzaam zijn zichzelf voor. Bij Lut staat er dat ze goed kan zien.

Lut: “Wat wij al heel lang zien, is dat kinderen en jongeren signaalgedrag stellen. Van woede-uitbarstingen, eenzaam in een hoekje kruipen tot angstig gedrag. Wat zit achter dat gedrag?  

Echt luisteren naar kinderen en jongeren, ze echt zien, dat mis ik. Dat baart me zorgen, omdat we evolueren naar een maatschappij die hen ziek maakt.
— Lut Celie

Wat mij daarin verontrust, is de gedragsmatige manier van kijken naar de signalen die kinderen en jongeren geven. Hoe we die signalen in hokjes duwen en kinderen catalogeren: jij hebt die diagnose, dat label en dat stigma. 

We onderzoeken en meten om te proberen begrijpen, maar echt luisteren naar die kinderen en jongeren, ze echt zien, dat mis ik. Dat baart me zorgen omdat we evolueren naar een maatschappij die kinderen en jongeren ziek maakt. 

Dat klopt niet meer. Het klopt niet meer dat onze eerstelijns- en tweedelijnsgezondheidszorg vol zitten met wachtlijsten en kinderen en jongeren niet meer kunnen opvangen. Het is heel duidelijk dat we dingen niet zien.”

Paradigmashift nodig

Wat mij opvalt, zeg ik tegen Lut, is dat burn-out ook steeds meer kinderen en jongeren treft. We hebben die hele golf van burn-outs toegelaten bij onze leeftijds- en generatiegenoten. 

Vlaanderen telt meer dan een half miljoen mensen die langer dan een jaar ziek thuis zijn. 1,2 Vlamingen slikt antidepressiva en nog eens 2,3 miljoen Vlamingen gebruiken kalmerings- en slaapmiddelen. Dagelijks doen ook 28 mensen een poging zichzelf te doden, waarvan er gemiddeld drie slagen. 

Zien we dat niet of willen we dat niet zien? Wanneer is het genoeg geweest en wat is nog nodig om in actie te komen nu het ook om onze kinderen en jongeren gaat, wil ik van Lut weten.

“Wat nodig is, is bewustzijn”, stelt Lut. “Met z'n allen ons de vraag durven stellen: wat zit er in de bodem van die maatschappij waardoor kinderen en jongeren die signalen naar buiten brengen? Wat zien we niet?”

In de bodem zie ik heel veel verlies. Er is verlies aan liefdevolle aandacht. Verlies aan verbinding. Allemaal onzichtbaar verlies. Er zijn pesterijen. Moeilijke thuissituaties ... 
— Lut Celie

“In die bodem zie ik heel veel verlies”, begint ze zelf haar vragen te beantwoorden: “Heel veel mama's en papa's die uit elkaar gaan: een op de drie kinderen en jongeren woont nog bij zijn beide ouders.

Er is verlies aan liefdevolle aandacht. Verlies aan verbinding. Allemaal onzichtbaar verlies. Er zijn pesterijen. Moeilijke thuissituaties ... 

En we hebben niet meer de tijd om dat verlies te verwerken. Daardoor blijven de achtergebleven emotionele stress en pijn vaak in het lichaam van kinderen en jongeren zitten. Dat ontaardt in ontploft gedrag of ingetogen zelfpijnigend gedrag.

Het tweede wat ik heel krachtig zie bij kinderen en jongeren is de vraag: wie ben ik eigenlijk? We leven in een maatschappij die gigantisch veel van ons verwacht en waarin digitaal heel veel naar ons toekomt. 

Kinderen en jongeren hebben daar niet altijd goed mee leren omgaan: wat is de buitenwereld en hoe voel ik mij van binnen? Wat heb ik nodig om meer mezelf te kunnen worden en zijn? 

Het derde dat naar boven komt, is het ‘belonging’-verhaal dat ferm in de bodem zit: bij wie hoor ik nog thuis? Een van de belangrijkste ziektes van deze tijd is existentiële eenzaamheid: door sociale media het gevoel hebben overal bij te horen, maar je fundamenteel eenzaam voelen, omdat  je er niet meer echt bij hoort.

We kampen daar met oude systemen en oud denken. Die oude paradigma's zitten ook in die bodem. Onze jongeren geven ons eigenlijk een wake-upcall: hé, waar jullie al jaren en jaren mee bezig zijn klopt niet meer voor ons!

We hebben eigenlijk een paradigmashift nodig, het herdenken van systemen, om dichter bij hen te kunnen zijn. Om hen beter te kunnen zien en begrijpen en samen met hen antwoorden te zoeken. Die wederkerigheid is heel belangrijk voor hen. Wij denken nog vaak vanuit oude hiërarchische stelsels.”

Rust is een basisbehoefte

Wat voedt die grote onrust in de jonge hoofden vandaag? Die onrust was er overigens al lang voor de pandemie. Waar zijn ze zo naar op zoek? Wat zit in die bodem waarop zij groeien? Hoe zit het met die fond in de maatschappij en de kleine entiteiten - de nesten - of de grotere - de schoolgroepen? Wat is veilig en wat is onveilig, zelfs bedreigend? Wat de jongeren zelf zeggen is dat ze rust en veiligheid nodig hebben. Maar hun belangrijkste zorg is ergens bij willen horen. Rust is een basisbehoefte. (Zie mij, p130)

Hoe speelde rust vinden en ergens bij horen een rol in Lut haar eigen leven? Zelf werd ze als jongere geconfronteerd met heel wat, vertelt ze. Haar vader komt te overlijden door een hartaderbreuk als ze 24 jaar is. 

Lut: “Ik werd een roljongere, in die zin dat ik weinig rekening hield met wat van binnen met mij gebeurde. Ik ging zorgen voor de anderen. Dat is wat we ook vaak zien bij kinderen en jongeren. 

Ik dacht dat het door veel te zorgen voor anderen wel zou overgaan. Ik werd in iets gedrukt dat mij altijd maar meer van mezelf verwijderde. Ik deed op een bepaald moment nog wel wat anderen van mij verwachtten, maar ik wist niet meer wie ik zelf was.”

Tot ze als coördinator van een afdeling kinderoncologie veel geconfronteerd wordt met verlies en pijn: “Ik herinner me nog een televisiefragment van een meisje waarvan ik wist dat ze zou sterven. Ze zong een liedje en dat raakte me zo diep dat de golf van pijn die was blijven zitten door het overlijden van mijn eigen papa naar buiten kwam. Ik heb uren gehuild.

Mensen adviseerden me te stoppen omdat ik te gevoelig zou zijn. Een goede vriend zei toen: "Weet je Lut, ofwel neem je nu de rotonde rond je verdriet en ga je terug in ontkenning. Of je gaat er recht doorheen.  

Ik heb gekozen om door de pijn heen te gaan en te mogen voelen. Pijn, verdriet, onmacht … er was zoveel. Ik hoefde me niet te verstoppen. Ik hoefde niet verder op te kroppen zoals mijn natuurlijke omgeving misschien doet. 

Dat heb ik later nodig gehad om mijn weg te gaan, want ik kwam ook heel hard mijn biseksualiteit tegen. Dat was een moeilijke weg omdat daar terug het systeem bovenkwam van opkroppen, niet tonen, verstoppen en onderdrukken. Op mijn achtendertigste heb ik definitief een keuze gemaakt voor een vrouw en ben ik voor veel ‘graag zien-gevoel’ gegaan.” 

Het brengt Lut tot een oproep: “Ik hoop echt dat veel kinderen en jongeren de moed hebben en de mogelijkheid krijgen om zichzelf te worden en elke keer weer af te toetsen wat voor hen klopt en wat niet. Zodat ze zich vanuit wie ze in wezen zijn verbinden met anderen. 

Je hoeft geen therapeut te zijn om met kinderen en jongeren aan de slag te gaan, naar hen te luisteren en samen met hen te zoeken.
— Lut Celie

Ik zou willen oproepen om te blijven praten met onze kinderen. Te blijven inzetten op warmte. Op samen-momentjes. Op een high en low van de dag. Wat heeft je kind nodig om te ‘belongen’ in het eigen nest?

Ik geloof er echt in dat we door kleine veranderingen grote dingen teweeg kunnen brengen. Samen zoeken naar nieuwe antwoorden. En dat geldt voor iedereen. We hoeven geen therapeut te zijn om met onze kinderen en jongeren aan de slag te gaan, naar hen te beluisteren en samen te zoeken.”

Maatschappijkritiek

De labels en diagnoses - burn-out, depressie, autisme, ADHD … - van onze tijd plaatsen mensen in hokjes. Je schuift op die manier de problemen opzij, parkeert ze ergens maar hebt toch min of meer rekening gehouden met deze mensen waardoor we als samenleving kunnen blijven doen wat we altijd al deden. De labels en diagnoses zijn daarom, zo stel ik, een manier om de status quo te behouden. 

Dat klopt, beaamt Lut en ze stelt krachtig dat Zie mij echt een maatschappijkritisch boek is: “Het hele systeem rond kinderen en jongeren, zowel op beleidsniveau als binnen onze schoolgemeenschappen en onderwijskoepels, doet eigenlijk mee aan wat jij nu vertelt. 

Alles zit op elkaar vast. Kinderen worden snel getest, die cijfers zijn onwaarschijnlijk. Het systeem en het beleid leggen op dat een kind getest wordt vanaf dat het iets toont. 

We normaliseren het gedrag niet en kijken niet naar wat erachter zit. We observeren de signalen, stoppen ze in een hokje en plakken er een naam op. Als je die naam hebt, krijg je die hulp. Voilà. Dat houdt het systeem in stand.

Echt waar, ik zou het van de daken schreeuwen: probeer ook daar in Brussel - van welzijnszorg tot onderwijs - te durven kijken naar wat aan het gebeuren is en te zien dat de oplossingen, denkpistes en uitprobeersels niet kloppen met wat we op dit moment maatschappelijk nodig hebben.
— Lut Celie

Ik zeg dat onze kinderen en jongeren dat niet blijven accepteren. Zij staan op. En massaal. Zij gaan het systeem overnemen en ons voor voldongen feiten stellen. 

Echt waar, ik zou het van de daken schreeuwen: probeer ook daar in Brussel - van welzijnszorg tot onderwijs - te durven kijken naar wat aan het gebeuren is en te zien dat de oplossingen, denkpistes en uitprobeersels niet kloppen met wat we op dit moment maatschappelijk nodig hebben.

Die omschakeling zal nog jaren duren, maar er zal een moment komen dat we het moeten zien en op een andere manier naar onze kinderen en jongeren kunnen en leren kijken.”

Illustratie door Roel Spooren voor het boek Disrupt Jezelf

Twee metaforen

Hoe we naar kinderen en jongeren kunnen kijken en luisteren, verduidelijkt Lut Celie aan de hand van twee metaforen die de basis vormen van de werkwijze van De Bleekweide.

De eerste en de tweede stoel
“De eerste stoel toont het gedrag: de reacties, woede-uitbarstingen, agressie, kwaadheid die ontspoort, zelfpijniging,” legt Lut uit en geeft met veel inlevingsvermogen een aantal voorbeelden. 

“Het meisje van acht dat in haar armen snijdt vier jaar na een vechtscheiding. Een kleuter die volledig uit verbinding gaat met zijn omgeving en in een hoekje kruipt en lichamelijke klachten heeft. Een meisje van twaalf jaar dat schreeuwt dat ze buikpijn heeft, terwijl iedereen zegt dat dit niet waar is. 

De eerste stoel toont het gedrag: de reacties, woede-uitbarstingen, kwaadheid en zelfpijniging …  Wij kijken naar wat daar op de tweede stoel achter zit: wat maakt dat jij dit gedrag vertoont? Wat wil je eigenlijk vertellen?
— Lut Celie

Dat zie je allemaal. We hebben gedrag leren observeren en dan is het makkelijk om die signalen, die heel dicht bij al die hokjes en al die diagnoses liggen, daarin onder te brengen. Daarmee is de kous af. 

Dat doen wij bij De Bleekweide juist niet. We normaliseren het gedrag en kijken naar wat daar op de tweede stoel achter zit: wat maakt dat jij dit gedrag vertoont? Wat wil je eigenlijk vertellen?

Dat beluisteren we door dicht bij het kind of de jongere te blijven zonder meteen met oplossingen te komen. Wat ga je doen met je kwaadheid? Wat kan jouw betekenisgeving zijn?” Dat zijn vragen die we hen stellen.”

Het emotionele vat
De tweede metafoor is het emotionele vat. Lut: “Emotie is in onze maatschappij ondergeschikt aan de ratio. Paul Verhaeghe schrijft in Intimiteit een goed onderbouwde theorie dat emotionele stress die je binnenhoudt ziek maakt. 

Dat emotioneel vat onderdrukken we, zetten daar het slot op en dan ineens ontploft dat en dat zien we bij kinderen en jongeren vaak terug in hun gedrag, de eerste stoel. Maar we isoleren dat gedrag van de ontspoorde emotie die erachter zit, de tweede stoel. 

Wij gaan ervan uit dat cognitief remediëren maar kan werken als je ook emotioneel remedieert. Het vat ruimte geven, een taal vinden om iets van binnen naar buiten te brengen. 

Maar de toestemming krijgen om het rustiger te maken van binnen en dan terug te kunnen leren, is iets wat ik overal mis en zeker binnen het onderwijs waar men vooral naar de ratio kijkt en daarin een kloof ziet: de rankings die dalen. (lees hierover ook het verhaal van Roger Standaert op Re-story: van rendement naar rendemens in het onderwijs)  

Op die kennisachterstand zetten we in, maar we vergeten dat gigantisch veel jongeren met een rugzak - een tweede stoel - naar school komen en daar gebeurt niks mee. 

Als we cognitieve en emotionele remediëring meer op elkaar afstemmen - kleine veranderingen - zal op de eerste stoel veel minder vaak sprake zijn van ontspoord gedrag..”

“Bijvoorbeeld,” verduidelijkt ze de metaforen, “Een meisje van acht, laten we haar Sofie noemen, toont veel woede-uitbarstingen, vecht op school en snijd thuis in haar armen. 

Bij mij krast ze haar kwaadheid met wasco's uit. Ze staat op en trapt op die kwaadheid en roept tegen mij: “Het was wel mijn papa!” Vier jaar geleden was er geen makkelijke scheiding en papa heeft een nieuwe relatie en er komen zoals zij het noemt twee 'verse' kindjes. 

Wat speelt er? Ze was vier jaar de perfecte dochter bij papa en mama. En nu ineens ontploft het. Dan zie ik die twee 'verse' kindjes die altijd bij haar papa zijn en zij die daar maar om de tien dagen kan zijn. 

Ze mist hem, ze ziet hem graag. En ze weet niet of haar papa haar nog graag ziet. Ik heb dat van haar mogen delen met haar papa. Hij zei: “Dat kan niet, want ik zie haar graag”. Maar zij voelt het niet meer. 

Dan zijn ze samen naar zee gegaan en hebben dat geritualiseerd. Ze heeft de mooiste schelp van de hele wereld gevonden en in die schelp heeft haar papa geschreven: ik zie jou graag, voor altijd. 

Dat is het meisje dat op de eerste stoel werd bestempeld als agressief en woede-aanvallen had en die bijna een diagnose kreeg. We hebben dat stukje kunnen herstellen en een manier gevonden om haar kwaadheid constructief te veruiterlijken.”

Lut stelt dat onze maatschappij niet gebaat is bij het wegdrukken van al die emotionele vaten: “Dat komt niet goed. We gaan onze kinderen dan nog meer ziek maken, meent ze, door ze het huidige onderwijs en beleidssysteem op te leggen.”

De samenleving als village

Een vijftal jaar geleden kwam ik op een kleine natuurcamping in de Verdon terecht. Er heerste een heel familiale sfeer, en toch was iedereen er ook gesteld op privacy. Ouders speelden er veel met hun kinderen, er waren vuren waarbij ze ‘s avonds samen konden zitten. Vooral die banken in de hoek van de camping vielen op. Later bleek: de plek waar je naar de ondergaande zon kon kijken. Een vast ritueel, zagen we vanaf de eerste avond. Rond een uur of negen stroomden de mensen er samen en keken zwijgend toe, tot het laatste tipje zon verdwenen was. Daarna gingen ze weer naar hun tent, camper of het campingterras. Naast de vaste afspraken zoals over de uren van zwembadgebruik waren er interne afspraken. Vooral dat was mij opgevallen, dat er op het inschrijvingspapier stond: ‘het belangrijkste is: we letten écht goed op elkaar’ De eerste dag al donderde onze zoon, onderweg naar de campingwinkel, van zijn step. Twee vaders raapten hem op en droegen hem naar onze tent. We praatten vervolgens nog even na over de uitdagingen van het opvoeden. En het viel de dagen erna echt op, niet alleen hoe toeschietelijk iedereen was, hoe oprecht in gesprekken, zowel in de shops als op het strandje, maar ook hoe veilig de camping was. Gsm’s en iPads lagen in de sanitaire ruimte op te laden, tenten en campers werden nooit gesloten. “Wordt er dan niets gestolen?” vroegen we aan een van de uitbaters. “Nee”, zei hij, “Het komt voor dat iemand soms iets kwijtraakt en dan gaan we samen op zoek.” Ik heb dat model ergens mee in mijn hoofd naar huis genomen. Toen ik weer op De Bleekweide was, dacht ik: dit zou een model kunnen zijn voor een samenleving. Dat samen zorgzaam, samen village zijn. (Zie mij, p170-171)

Lut: “Het is niet soft om warme nesten te maken. Het is niet soft om meer tijd en ruimte te maken om naar je kinderen te luisteren. Om te kijken naar wat ze nodig hebben. Het is niet soft om een samenleving te installeren, waarin emotie evenveel belang heeft als cognitie en ratio. Dat is niet soft. Dat is een noodzaak. 

Het zit in de kleine veranderingen om kinderen en jongeren, en ook onszelf, meer rust te laten vinden en te mogen bekomen. En zelf de verantwoordelijkheid te nemen om voor elkaar te zorgen en er voor elkaar te zijn.

Zodanig dat we kunnen afstappen van de oplossingen die op beleidsniveau en op schoolgemeenschappenniveau aangereikt worden en we meer durven kijken met een dubbele bril - eerste en tweede stoel - en het emotionele vat mogen zien om van daaruit rustig te kijken wat we nodig hebben.”


Een vraag aan jou voordat je hier vertrekt …

Wat ons interesseert is wat de Re-stories die we maken met je doen. Het gaat niet alleen om bereiken, maar vooral om beraken.

Ken jij initiatieven en mensen die kinderen en jongeren écht zien en horen? 

We horen het graag van je in de comments hieronder …